• Banner_2018_1_gt.jpg

Onze geschiedenis vanaf 1941

Met toestemming ontleend aan Huub Janssen en Wim Mertens 'Meer dan 150 jaar muziekbeoefening in Nederweert', in: (A. Bruekers red.) Nederweerts Verleden, conflict en harmonie (Nederweert 1991) p. 45-138.



De oprichting van Harmonie St. Joseph Nederweert

En wellicht was het er toch nog niet zo snel van gekomen, ware het niet, dat er een paar dwingende omstandigheden de slepende discussie en besluitvorming over een fusie bespoedigden. Er was namelijk oorlog uitgebroken. Nederland (en dus ook Nederweert) was bezet gebied geworden. Vreemde heren gingen de lakens uitdelen. Ten tweede, na de oprichting van Harmonie Melodie der Peel te Ospel, op 3 januari 1938, raakten de Nederweertse korpsen kwantitatief en kwalitatief in de problemen, Tientallen Ospelse leden gingen natuurlijk hun eigen korps versterken. Voor de Nederweerter gezelschappen reden te over om eindelijk eens de vooroordelen opzij te zetten en spijkers met koppen te slaan. En op woensdag 19 maart 1941 gebeurde dat gelukkig ook. Zoals zo vaak, toen de kogel eenmaal door de kerk was, ging alles van een leien dakje.

 


In de Limburg Koerier van 22 maart 1941 werd over de fusie het volgende geschreven:

"St. Josephsdag 1941 zal voor het muziekleven te Nederweert een dag van groote beteekenis blijven. Immers op dezen dag kwamen de bestuurderen, leden en directeuren der beide plaatselijke muziekcorpsen, de fanfare St. Lambertus en harmonie St. Cecilia in het parochiehuis bijeen om te komen tot een fusie dezer korpsen en oprichting van een nieuw corps.

Eenige reeds vooraf plaats gehad hebbende vergaderingen der afzonderlijke korpsen en een gecombineerde bestuursvergadering hadden het pad voor deze fusie reeds ge-effend zoodat deze vergadering de kroon op het werk diende te zetten, hetgeen dan ook gelukte, waardoor eindelijk aan een door zeer vele weldenkende en muziekminnende personen gekoesterd verlangen is voldaan en Nederweert thans een flink muziekcorps heeft in de plaats van twee, die steeds met wisselend succes om hun bestaan moesten kampen.

Dat nagenoeg allen, die hierbij betrokken waren op deze vergadering present waren, behoeft nauwelijks te worden vermeld. De leiding dezer gecombineerde ledenvergadering berustte bij dhr. R. Hobus, voorzitter der fanfare, die in zijn openingswoord het groote doel dezer vergadering uiteenzette, en dan ook den wensch uitsprak, dat heden dit doel bereikt zou worden.

Nadat dhr. M. Koppen, secretaris der fanfare en een der harde en stille werkers om tot deze fusie te komen, eenige huishoudelijke puntjes aan een en ander verbonden, had besproken, werd met algemeene stemmen besloten tot ontbinding der bestaande muziekcorpsen, n.l. de fanfare St. Lambertus en de Harmonie St. Cecilia en tot oprichting van een nieuw gezelschap, hetwelk een harmonie zal dienen te zijn en welke op voorstel van dhr. Hoeben als naam zal dragen "Harmonie St. Joseph", tevens als herinnering aan den dag van oprichting.

De groote voldoening over dit feit kwam wel het best tot uiting in de woorden, welke de weleerwaarde heer F. Rulkens, adviseur der fanfare en grootijveraar voor de muziek en zang ter plaatse, tot de vergadering richtte en waarbij hij allen dankte, die hiertoe hun medewerking hadden verleend.

Na de kort geleden plaats gehad hebbende oprichting van een flinke zangvereeniging of mannenkoor, is spreker zeer verheugd over het thans genomen besluit tot oprichting van een flink muziekcorps. Spreker hoopte dan ook, dat beide vereenigingen veel zullen bijdragen tot verheffing van zang en muziek in de parochie en verhooging van het cultureel peil ter plaatse.

Ook dhr. L. Gubbels, voorzitter der Harmonie St. Caecllia, sprak zijn voldoening uit over de heden bereikte resultaten, terwijl dhr. M. van Dooren, directeur der Harmonie St. Caecllia, en ook directeur van de nieuwe harmonie als musicus natuurlijk het best te spreken was over deze fusie, temeer daar hij thans met een flink corps van bijna zestig leden goede resultaten hoopt te bereiken, waarvoor hij dan ook de medewerking van bestuur en leden vraagt en een trouw en geregeld bezoek der repetities.

Tot onder-directeur is aangewezen dhr. H. van den Heuvel, directeur der fanfare St. Lambertus zoodat beide directeuren hun beste krachten aan de jonge vereeniging zullen kunnen geven.

De bestuurderen der beide opgeheven corpsen hebben thans zitting genomen in het nieuwe bestuur, waarvan de functies op een binnenkort te houden bestuursvergadering zullen worden verdeeld. Tot adviseur is aangewezen de weleerwaarde heer F. Rulkens, die zeer veel tot deze fusie heeft bijgedragen, temeer ook daar hem het muziekleven ter plaatse zoo na aan het hart ligt.

Nadat dhr. Hobus allen dank had gebracht voor het uitstekend verloop en welslagen dezer belangrijke vergadering, volgde de sluiting en mag worden verwacht dat ook hier de spreuk “Eendracht maakt Macht” bewaarheid zal worden en het muziekleven te Nederweert een tijdperk van grooten bloei tegemoet gaat, waarbij dan vanzelf op den steun van alle inwoners kan worden gerekend."


Reeds in juli 1941 had dirigent Mies van Dooren het nieuwe korps zover dat er “... In de Feestweide van den Heer J. Greijmans, Strateris...” een oprichtingsfestival georganiseerd kon worden. Een 15-tal fanfares, harmonieën en zangkoren uit de streek kwamen hun bijdrage leveren. Hun namen klinken heden ten dage nog heel vertrouwd. We noemen bijvoorbeeld: Harmonie Melodie der Peel Ospel, Kerkelijke Harmonie St. Joseph Weert, Fanfare St. Caecilia Hunsel, Fanfare St. Willibrodus Stramproy en Fanfare Somerens Lust. Bij de koren zien we onder andere het R.K. Dameskoor en het R.K. Mannenkoor St. Caecilia, beide uit Nederweert.

De prille jeugd van Harmonie St. Joseph leek zo veelbelovend. Een voor die tijd ongewoon grote groep muzikanten (48 in getal) musiceerden, onder leiding van 'good old' Mies van Dooren, dat het een lieve lust was. En 'meester' van den Heuvel, de onderdirecteur, had een groot aantal leerlingen onder zijn hoede. Uiteraard waren ook de oorlogsomstandigheden daar wel wat debet aan.

De mogelijkheden om vertier te zoeken waren erg beperkt Maar die oorlog ging roet in het eten strooien. De bezetter en zijn handlangers gingen vervelend doen. Het lidmaatschap van de zogeheten 'Kultuurkamer' werd voor dirigenten en verenigingen verplicht gesteld. Toen hielden bestuur, dirigent en muzikanten het voor gezien en de activiteiten van de harmonie werden stilgelegd. De leden kregen 'hun' instrumenten mee naar huis, met het verzoek er thuis toch op te blijven oefenen en dus de instrumenten zo goed mogelijk te verzorgen. Heel typisch geschiedde dat, door de bank genomen, lang niet slecht. Op zomeravonden of zondagmiddagen klonken er uit bepaalde huizen de tonen van een saxofoon, een bas of tuba, ja zelfs van heuse huisorkestjes die er geformeerd waren. Dat tekende toen toch al wel de verbondenheid van een muzikant met zijn instrument en de muziek. En ofschoon er in het bevrijdingstumult toch nog wat instrumenten sneuvelden, was de zorg van de individuele muzikant voor zijn instrument er mede de oorzaak van dat, nog voor Nederland helemaal was bevrijd, de Harmonie weer op de been krabbelde. Jammer genoeg zonder bestuurslid J. Heijnen en muzikant G. Bukkems. Zij waren naar Duitsland gedeporteerd en kwamen daar bij bombardementen om.

Toen er, bij gelegenheid van de capitulatie van Duitsland alom bevrijdingsoptochten werden georganiseerd, was de harmonie er weer bij. En reeds op zondag 5 augustus werd er in Someren-Eind deelgenomen aan een festival. Het programma van Harmonie St. Joseph mocht er zijn:

  1. Mars Le Chef du Corps
  2. Ouverture Cavallerie Légère (F. von Suppé )
  3. Ouverture Feodora (P. Tschaikowski)
  4. Balletmuziek Doornroosjes Bruidsvaart (P. Tschaikowski)
  5. Mars Death or Glory

Uit het verslag van dit optreden, gepubliceerd in het “Weekblad voor Nederweert en omstreken” van 13 augustus 1945, willen we u de slotalinea niet onthouden:

 ”...We mogen trots zijn op ONZE Harmonie, neen als echt Nederweertenaren moeten we waardering hebben voor hetgeen Bestuur, Directeur en Leden presteren. Laten we die hoogachting ook tonen in woord en daad. Het moge een kleine vergoeding zijn voor hetgeen zij ons telkens en telkens weer biedt. Zij heeft onze steun nodig, maar wij kunnen haar ook niet meer missen...”

Elke vereniging moet de nodige middelen vergaren om de kunnen bestaan. Zo ook Harmonie St. Joseph. Op 13 maart 1945 werd de volgende brief huis aan huis bezorgd in Nederweert.


Na de oorlog

Er volgden dan, in de jaren van de wederopbouw na de oorlog, de tijd van 'herrijzend Nederland', enkele jaren waarin ook driftig gewerkt werd aan het muzikale peil van de harmonie. Met trots zien we deelname aan concoursen vermeld met 51 en 54 muzikanten. En daarmee werden dan 1e prijzen, met Lof der Jury, Directeursprijzen en de prijs voor het hoogste aantal punten van het gehele concours behaald. Men kwam toen uit in de afdeling Uitmuntendheid en de Ere-afdeling. Eerlijkheidshalve zij wel vermeld, dat deze aanduidingen niet zonder meer kunnen worden vergeleken met de thans geldende kwalificaties, zoals deze gehanteerd worden door de Limburgse Bond van Muziekgezelschappen (LBM).

In 1950 trad ook Harmonie St. Joseph toe tot die Bond, welke in 1951 de officiële muziekconcoursen ging organiseren om de ontstane wildgroei tegen te gaan en lijn te brengen in de beoordeling van het muzikale peil der aangesloten verenigingen. Dat dit nodig was ondervond ook de harmonie aan den lijve. Vond men in 1950 nog een 20-tal korpsen bereid om aan een toen georganiseerd concours en festival deel te nemen, in 1952 was er zegge en schrijven nog één fanfare en enkele accordeonisten en zangverenigingen bereid om aan een concours, georganiseerd in de Harmoniezaal, deel te nemen.

De tweede helft der vijftiger jaren en begin zestiger waren niet onverdeeld gunstig voor Harmonie St. Joseph. Bestuurlijk waren er wat problemen en enkele snelle dirigentenwisselingen droegen niet bij tot een rustige opbouw van het korps. Een gunstige uitzondering in deze moeilijke periode vormden de inmiddels, bij wijze van proef, opgerichte drumband en de kapel 'Klein mèr Neugter' die zich een vaste plaats veroverd hadden. Beide namen aan concoursen deel en de drumband kwam uitstekend uit de verf met vijf eerste prijzen voor solisten en de kapel veroverde op een concours in Leveroy een 1e prijs.


De 60er jaren

Het mocht allemaal echter niet baten. In 1962 bereikte de vereniging een dieptepunt in haar bestaan. In de wandelgangen werd zelfs gesproken over een aanstaande opheffing. Maar, zoals zo vaak, als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Het zittend bestuur realiseerde zich kennelijk de ernst van de toestand en een kleine interne reorganisatie was meteen het sein voor nieuw enthousiasme. En dat werd ook in de uiterlijke verschijning van de harmonie zichtbaar. Het niet aflatend ijveren van vooral het nieuwe bestuurslid H. Janssen resulteerde in de aanschaf van de eerste echte uniformen. Weliswaar nog tweedehands', maar niettemin waren allen er vreselijk trots op. Het is zeker niet helemaal toevallig geweest, dat de Streekmuziekschool in Weert toen ook juist het Ha(rmonie) en Fa(nfare)-gebeuren in het onderwijspakket opnam. Niet alleen vanuit het bestuur van Harmonie St. Joseph, maar ook vanuit bijna alle verenigingen uit de omgeving van Weert was hiertoe de nodige druk uitgeoefend. In ieder geval maakte het een met het ander de weg vrij voor een nieuwe opbloei. Toen bovendien, na het echec op een concours in Eijsden, waar men genoegen moest nemen met een magere 2e prijs in de 3e (laagste) afdeling, de laatste hindernis in de vorm van een dirigent met wiens muzikale opvatting het in het korps niet 'klikte' werd weggenomen, ging het definitief bergopwaarts.

 De harmonie kende, toen Mies van Dooren in 1955, na 25 jaar onafgebroken de 'scepter' te hebben gezwaaid, afscheid genomen had van het muziekleven in Nederweert, enkele snelle dirigentenwisselingen. De heer Wim Groenen trad drie jaar als zodanig op maar bleef toen toch zijn oude liefde, de Philharmonie van Leende, trouw toen zijn werkzaamheden het aanhouden van twee verenigingen onmogelijk maakten. Na hem kwam nog enkele jaren de heer Janssen uit Roermond. Jammer voor hem en voor de vereniging met het bovenomschreven resultaat. Toen nam, in 1964, de rasmusicus Tjeu van Dooren uit Weert de dirigeerstok over. Hij was als klarinetleraar verbonden aan de Streekmuziekschool en kon qualitate qua de op gang gekomen toevloed van nieuwe leerlingen naar harmoniebehoefte sturen. Hij introduceerde, via de Muziekschool, de eerste vrouwelijke muzikanten bij de harmonie. En dat bleek, zoals bij vrijwel alle korpsen in deze jaren, een gouden greep. De resultaten lieten niet lang op zich wachten. Weer begonnen in de laagste afdeling van Limburgse Bond voor Muziekgezelschappen (die zich inmiddels duidelijk geprofileerd had) stoomde Harmonie St. Joseph in de kortst mogelijke tijd door naar de afdeling Uitmuntendheid. En ook de drumband had de opgaande lijn te pakken. Onder leiding van Jo Kneepkens en Annelies Verstappen behaalde het korps en de individuele solisten mooie resultaten. Midden 70er jaren vonden er bij de drumband enkele ingrijpende wijzigingen plaats. Jo Kneepkens trad terug als technisch leider en Jo Beckers werd aangetrokken als instructeur, terwijl Anita Kaan Annelies Verstappen opvolgde als tambour-maître.


De jaren ´70 en ´80

Voor de vereniging Harmonie St. Joseph mogen we de jaren zeventig gevoeglijk de periode van Jozef Kessels noemen. Zijn uitgesproken bestuurlijke kwaliteiten zorgden voor die stabilisatie waarop tot op de dag van vandaag voortgebouwd kan worden. Als ooit het gezegde: 'Regeren is vooruitzien' bewaarheid werd, is het wel met onder diens voorzitterschap geweest. Hij bezorgde de harmonie een gezonde financiële basis door als gemeente-ambtenaar (gemeente-ontvanger en later gemeentesecretaris) een passende subsidieregeling te ontwerpen en wist, het gemeentebestuur te overtuigen van de culturele betekenis der (blaas)muziek. Daarbij van harte gesteund door de voorzitter van dat gemeentebestuur, burgemeester P. Spiertz. Deze, van het muziekstadje Thorn naar Nederweert gekomen, wist als geen ander wat de muziek voor een dorpsgemeenschap kon betekenen. Jozef Kessels zette de vereniging goed en definitief op de rails en stimuleerde de onderlinge band waar maar mogelijk. Kortom, de harmonie kwam stevig in het zadel te zitten.

Met het veranderende wereldbeeld vanaf, pakweg, 1960 tot op heden veranderde ook de harmonie mee. Was de blaasmuziek voorheen louter een mannenaangelegenheid geweest, door de gewijzigde opleidingsmogelijkheden gingen nu ook de vrouwen hun partij meeblazen. En hoe! Men kan zich nu maar heel moeilijk voorstellen hoe het zou zijn gesteld met de kwantiteit en kwaliteit van de muzikanten en de korpsen, zonder die toevloed van meisjes en vrouwen. Toen dan ook in oktober 1981, Tjeu van Dooren de dirigeerstok neerlegde en Theo Peeters uit Horn die overnam, was dat meer dan zo maar het overnemen van de wacht. De uitbouw van het korps, het neerzetten van de juiste prestatie en het bereiken van de juiste afdeling, de afdeling Uitmuntendheid, dat was de onvervreemdbare verdienste van de ene dirigent. Het vormen van de harmonie tot een korps, passend in deze tijd en passend in de LBM, de opdracht voor de komende man. Geen gemakkelijke opdracht, dat niet.

Alom is het intensievere muziekonderwijs zijn vruchten gaan afwerpen. Vooral in Limburg groeiden veel korpsen door naar de hogere en hoogste regionen van de LBM, andere in hun opgang naar de top meeslepend. Een nieuwe generatie gekwalificeerde dirigenten diende zich aan. De uitgevoerde muziek werd anders, moderner van opzet. Neen, echt geen gemakkelijke opdracht meer om een korps daarin zijn plaats te geven. Om daarbij wellicht van nut te kunnen zijn, werd in 1984, mede met het oog op de concoursdeelname in dat jaar, het clubblad ''Harmonieuws' in het leven geroepen. Voortgaande op de ingeslagen weg werd duidelijk dat ook voor Harmonie St. Joseph de doorstoot naar de top aanstaande was. De resultaten op Bondsconcoursen, Peel- en Midden-Limburgs-streektoernooi en het Gemeentelijk Muziekfeest bewogen zich in stijgende lijn en konden er steeds 'goed' en zelfs soms 'zeer goed' mee door.


Muzikale successen

In het Amphion-Theater in Doetinchem, op de Landskampioenschappen van de F.K.M., de landelijke, overkoepelende organisatie van de Katholieke Muziekbonden, waren zij in januari 1985 maar luttele punten verwijderd van de landstitel. En van onverdachte (jury)-zijde lezen we herhaaldelijk in de beoordelingen van concours of toernooi: ”...Een korps met veel beloften voor de toekomst... Jong, veelbelovend korps...” enz. En ook de R.K. Limburgse Bond van Muziekgezelschappen bleef niet achter! In het Jaarverslag 1988 lezen we onder het hoofd: 302 punten in de afdeling Uitmuntendheid “... Overigens lieten ook korpsen, die dit jaar geen promotie haalden – fanfare..... en harmonie “St. Joseph” uit Nederweert – horen, dat ze in hun ontwikkeling inmiddels zover zijn gevorderd, dat in de naaste toekomst de stap naar een hogere afdeling met succes gezet kan worden...”.

   

Al met al een duidelijke zaak. Harmonie St. Joseph was al jarenlang een ''uitmuntend' korps en had maar een klein zetje nodig om hoge ogen te gaan gooien naar de volgende tree op de muzikale ladder.


1941 – 1991 Het gouden jubileum van Harmonie St. Joseph

De viering van het 50-jarig bestaansfeest van Harmonie St. Joseph strekte zich uit over het gehele jaar 1991. Van het traditionele Nieuwjaarsconcert, zoals dit vanaf 1982 reeds gegeven werd, naar (voor de eerste maal in de Nederweerter dorpsgeschiedenis) de opluistering van een H. Mis, tezamen met de gemengde Zangvereniging Bel Canto. Verder naar de al even traditionele Harmoniefeesten op 15, 16 en 17 maart en via een 'Top'concert door twee Superieure muziekgezelschappen, te weten de Koninklijke Harmonie De Vriendenkrans uit Heel en Harmonie St. Caecilia uit Blerick op zaterdag 22 juni, naar het slotconcert op zaterdag 12 oktober. Een concert, gegeven door de Kerkelijke Harmonie St. Joseph uit Weert, Harmonie St. Joseph uit Nederweert en haar eigen Jeugdharmonie (onder leiding van de 2e dirigent Eric Roefs).

Hoogtepunt van de viering: de receptie op zaterdag 16 maart, waarop de vereniging een prachtig nieuwe drapeau aangeboden kreeg door het comité 'Vrienden van Harmonie St. Joseph'. Een prachtig vaandel, ontworpen door de Nederweertenaar Pieter Schreurs en in meer dan duizend uur handborduurwerk vervaardigd door mevrouw van Diepen uit Weert.


De langverwachte promotie(s)

De muzikale doorbraak kwam in 1993. Voor de laatste maal onder dirigentschap van Theo Peeters werd in de Rodahal in Kerkrade met 306,5 punten de langverwachte promotie naar de Ere-afdeling binnengehaald. Het succes zette door. Inmiddels met een nieuwe dirigent, Piet Jeegers uit Heel, promoveerde Harmonie St. Joseph als debutant in de Ere-afdeling in de Maaspoort in Venlo in 1997 met 311 punten meteen naar de Superieure afdeling.