• Banner_2017.jpg

Actueel

Actueel

Onze kalender

Facebook

Kerkorgel en Harmonie, een bijzondere combinatie

Op zondag 22 april vanaf 15.00 uur zal in de St. Lambertuskerk te Nederweert een bijzonder concert plaatsvinden onder het slogan ´Orgel in Harmonie´.

Vaak wordt een kerkorgel in verband gebracht met gewijde, gedragen muziek. Meestal met een koor erbij en soms met een solist of een ensemble. Maar er is veel meer mogelijk. Wie de orgelconcerten van de Orgelkring Limburg onlangs heeft bezocht kan erover mee spreken. En we gaan nog een stapje verder!

Het is in Nederweert nog niet voorgekomen dat er een concert plaatsvindt met het Kerkorgel van de St. Lambertuskerk en het orkest van Harmonie St. Joseph Nederweert.

Een zeer speciaal concert waarin de blaasmuziek, zowel van het orgel als de harmonie, als totaal gaat klinken. Het Clerinx–orgel wordt gepresenteerd met ondersteuning van het harmonie-orkest als geheel, maar ook met de solisten Moniek Verhijden (klarinet) en Miriam Stoffelsma (saxofoon).

Bijzonder is vooral de combinatie tussen de al die blaasinstrumenten en het orgel als zodanig. De moeilijkheidsgraad ligt met name in het samenspel, omdat in de kerk de afstand tussen het orgel en de harmonie vrij groot is. De organist en dirigent zullen elkaar moeten vinden in de (te) grote akoestiek die Lambertuskerk heeft.

Het orgel wordt bespeeld door de jonge organist Thomas van der Luit en het harmonie-orkest staat o.l.v. , eveneens jong, dirigent Jos Zegers. Zij zullen, samen met de harmonie en solisten, zorgen voor een prachtig en uniek concert.

Voor de muzikanten alsook voor het publiek een zeer bijzondere gelegenheid om dit eens mee te maken. Het concert begint om 15.00 uur en duurt tot 16.30 uur. Er is geen entree maar wel de mogelijkheid voor een vrije gave.

De orgelbouwer:
Jan Arnold Clerinx (St. Truiden 1816-1898) was de zoon van een tingieter. In de praktijk zag hij in de werkplaats van zijn vader het tingieten en waarschijnlijk heeft dit hem uiteindelijk gebracht tot het bouwen van orgels (totaal ongeveer 100 stuks). Zijn eigenlijke beroepsopleiding kreeg hij van Orgelmaker Pieter-Frans van Dinter. Arnold Clerinx vestigde zich op 22 jarige leeftijd in 1838 als zelfstandig orgelmaker in Sint Truiden. Naast een goede gezondheid had hij het geluk om oud te worden waardoor hij een voor die tijd ongewone lange carrière kon uitbouwen.

Zijn atelier groeide uit tot een bedrijf met ongeveer 20 werknemers, dat in 1880 officieel gesloten werd; toch leverde hij nadien toch nog enkele nieuwe instrumenten af, voor het laatst in 1887/1888. Arnold Clerinx bouwde in totaal ongeveer 100 nieuwe orgels, waarvan er nog vele bewaard zijn gebleven. De orgels van Clerinx munten uit door hun oerdegelijke kwaliteit, prima materiaal, uitstekend tinnen pijpwerk en hun fraaie intonatie. De twee-manualige orgels uit zijn beginperiode  bestaan allemaal uit een hoofdwerk en een rugpositief.

De uitvinding, door hem in 1847 van de z.g. economie-lade maakte hem mogelijk instrumenten te maken van een bescheiden omvang. Hij had nu een systeem dat toeliet orgels met twee manualen te bouwen op één windlade, een zeer duur onderdeel, waardoor die dus relatief goedkoop waren.

De orgelkasten van Clerinx zijn typisch en niet seriematig gemaakt, maar aangepast aan de verhoudingen en stijl  van de betreffende kerkruimte; hiervoor werkte hij samen met de beeldsnijder Cornelis Janssen, deze sculpteur was afkomstig uit Eindhoven  en vestigde zich later in St. Truiden waar hij contractueel bleef samenwerken met Clerinx.



Clerinx-orgel te Nederweert:
Behalve het orgel van Nederweert vonden slechts een paar instrumenten uit zijn omvangrijke oeuvre hun weg naar Nederland.  Een staat thans nog in de Hervormde Kerk van Hellevoetsluis en een ander in de St. Stevenskerk (Noorderkapel) te Nijmegen.  Deze instrumenten zijn echter beduidend kleiner dan dat van Nederweert, daarom kan met recht gezegd worden dat het orgel van Nederweert het grootste Clerinx-orgel van Nederland is en dus neemt dit monumentale instrument dan ook een belangrijke plaats in het Nederlandse orgellandschap in.

Vooralsnog is er over de bouw van het Nederweerter orgel  weinig bekend er zijn wel een aantal bronnen die elkaar hier en daar zelfs tegenspreken waar het de exacte datum van oplevering betreft, vast staat dat Clerinx in 1849 een orgel vervaardigde  voor Nederweert met 22 stemmen verdeeld over Grand Orgue en Positif; het pedaal was aangehangen.

Het instrument kreeg een fraaie kas in zuidelijke vormgeving (Luikse School), hetgeen onder meer blijkt uit de grote breedtewerking. Het is niet bekend hoe het orgel er in technisch opzicht bij oplevering precies heeft uitgezien. Bij de oorlogshandelingen van 1944 liep het  instrument aanzienlijke schade op. Van het rugpositief was niet veel meer over want het van de toren vallende gesteente had vrijwel al het pijpwerk onherstelbaar beschadigd, van de kas van het rugpositief was alleen het front nog intact.

Waarschijnlijk is, nadat Clerinx zijn werkplaats gesloten heeft in 1880, het onderhoud overgenomen door Peter-Jan Vermeulen uit Weert die op enig moment het instrument heeft uitgebreid met een zelfstandig pedaal, dat verklaart dan meteen waarom in de archieven van Vermeulen bovenstaande dispositie voorkomt in 1942.

In 1954-1956 werd het instrument gerestaureerd door de orgelbouwer Gebr. Vermeulen uit Weert; deze herstelde zorgvuldig alle onderdelen die nog enigszins ongeschonden waren gebleven.

  • De kas van het groot orgel werd ongeveer 80 cm. naar achteren geplaatst.
  • Er werd een nieuwe windvoorziening aangelegd.
  • Er werd een nieuw claviatuur aangebracht en de mechanieken werden grotendeels vervangen.
  • Er kwam een nieuwe windlade voor het pedaal, deze nieuwe zelfstandige pedaalsectie werd opgesteld in een oude vensternis van de toren achter de hoofdkas.
  • Het pijpwerk van Rugpositief en Pedaal werd vrijwel geheel vervangen. Op het Hoofdwerk vernieuwde men de Gamba 8’, de beide tongwerken en een deel van de Fluit 4’

Voor zover thans valt na te gaan is het pijpwerk van het Hoofdwerk origineel met uitzondering van de registers Viola di Gamba 8’, de Trompet B/D 8’ en de Clairon 4’evenals een deel van de Flute 4’. Van het Rugpositief zijn alleen de frontpijpen nog oud, het overig pijpwerk van dit klavier dateert van de restauratie uit 1956. Ofschoon nog geen nader onderzoek heeft plaatsgevonden mag worden aangenomen dat ook het pijpwerk van het Pedaal (grotendeels) uit 1956 stamt.

Het herstelde orgel heeft, mede dank zij de prachtige akoestiek van de kerkruimte, een overtuigende klank; vooral de elf oude Clerinx-registers zijn heel karakteristiek maar ook de nieuwe Cromhorne (met houten bekers) van het positief klinken geweldig. Het instrument leent zich vooral goed voor Franse barokmuziek.

 

 

Harmonie St. Joseph tijdens de viering van het Caeciliafeest 2011.

Laatste Nieuws

Gruuëts op Jong Nederland Budschop

Vorig jaar is gestart met een nieuwe cyclus concerten onder de naam 'Grueëts op....' Voor het thema van dit jaar is gekozen voor Jong Nederland Budschop.

Lees meer...

Samen sterker met de Rabobank!

Rabobank Weerterland en Cranendonck draagt het verenigingsleven in de regio een warm hart toe. Daarom organiseert zij voor de vierde keer de ‘Rabobank Samen Sterker’ speciaal voor verenigingen en stichtingen. Ook Harmonie Sint Joseph doet dit jaar natuurlijk weer mee!

Lees meer...

Vastelaovundj Proms

De Pinmaekers vieren het komende Vastelaovundjseizoen hun 4 x 11 jarig bestaan met tal van activiteiten. Ook wij geven hieraan onze medewerking tijdens de Vastelaovundj Proms op 23 en 24 november,

Lees meer...

Snel zoeken

Volg ons

facebooktwitteryoutube